Waar in de grond gewerkt wordt, kan het gevaarlijk worden. Niet alleen chemische verontreiniging en asbest zijn een potentieel risico voor grondwerkers, ook explosieven uit de Tweede Wereldoorlog worden soms op bouw- en graaflocaties aangetroffen. Daar moet voorzichtig en deskundig mee worden omgegaan.

OCE staat voor Opsporing Conventionele Explosieven, en het basisdiploma OCE is verplicht om als DLP werkzaamheden te mogen verrichten op een terrein waar explosieven zouden kunnen liggen. Onze collega Pieterjan Hoekwater heeft zo’n diploma. In april was hij aan de beurt om zijn kennis op te frissen en opnieuw examen te doen voor de Basisopleiding OCE.

Risicogebieden

‘Als DLP (deskundig leidinggevende projecten) voor verontreinigde bodem, werk ik soms op een project of locatie waar een risico ten gevolge van explosieven bestaat. De gebieden in Nederland waar een verhoogd risico geldt, zijn ingetekend op risicokaarten. Rotterdam is bijvoorbeeld een omgeving waar de kans op niet ontplofte explosieven groter is dan op andere plaatsen. En plaatsen waar sinds de oorlog nog niet gegraven is, worden sowieso met extra voorzichtigheid benaderd.’

Basiskennis van conventionele explosieven is belangrijk om risico’s te herkennen en daarop te anticiperen. ‘Ik heb de opleiding enkele jaren geleden gevolgd en elke drie jaar moet je opnieuw examen doen, want je kennis moet up-to-date blijven. Tijdens de opleiding OCE leer je verschillende soorten explosieven herkennen, je leert wat het gevaar is en wanneer er beschermingsmaatregelen genomen moeten worden. Door die kennis vergroot je de veiligheid van jezelf en van anderen die op de locatie aan het werk zijn.’

Bodemonderzoek

Als er grondwerkzaamheden verricht moeten worden in een gebied met een verhoogde kans op NGE (niet gesprongen explosieven) wordt er eerst een vooronderzoek gedaan om te bepalen of er een mogelijkheid is dat er explosief materiaal wordt aangetroffen. Dat gebeurt met apparatuur die metalen voorwerpen in de grond kan opsporen. Als er inderdaad iets verdachts wordt gevonden, wordt een uitgebreider bodemonderzoek gedaan met specialistische apparatuur zoals grondradars. Daarmee kan worden vastgesteld of het inderdaad om explosieven gaat, op welke diepte ze liggen en wat voor explosief het zou kunnen zijn. Zo lang het gebied niet is vrijgegeven mag er uiteraard niet gegraven worden.

Zelf heeft Pieterjan nog niet meegemaakt dat er niet ontplofte munitie gevonden werd op een werk waar hij aanwezig was. ‘Een keer leek het erop, en dat bleek een lege huls, zonder springstof. Alle andere keren dat de alarmbellen afgingen bleek het om oud ijzer te gaan. Gelukkig maar, want anders moet de EOD eraan te pas komen en loopt het werk vertraging op.’

Echte bommen

De herhalingsopleiding OCE duurt een dag en bestaat uit een theoriedeel en een examen. Pieterjan heeft daarnaast ook een extra praktijkgedeelte gevolgd op het oefenterrein bij het Munitions Technical Museum in Landhorst. Daar liggen echte bommen verstopt in de grond. Die zijn natuurlijk onschadelijk gemaakt, maar zijn verder identiek aan explosieven die je in het veld kunt tegenkomen. Er is ook een grote verzameling munitie, waarvan een deel daadwerkelijk in de grond gevonden is.

Pieterjan: ‘Het is goed om die dingen in het echt te zien, want zo leer je ze herkennen. Verder leer je welke meettechnieken er zijn en hoe je verdachte objecten moet opsporen. Je gaat zelf met een detector het terrein op om explosieven op te sporen. Als je ze vindt, probeer je vast te stellen hoe diep ze zitten, hoe groot ze zijn et cetera.’

De herhalingsopleiding was leuk om te doen zegt Pieterjan: ‘Het heeft toch iets spannends om met explosieven bezig te zijn. Maar uiteindelijk gaat het erom dat we deze expertise voor onze klanten kunnen inzetten. Er is regelmatig vraag naar een DLP met een OCE basisdiploma. Wij willen onze klanten graag volledig kunnen ontzorgen op het gebied van bodemveiligheid, dus dan hoort OCE Basis daar zeker ook bij.’

Meer weten over de ins en outs rondom OCE bij bodemwerk?

Neem contact op met ons kantoor 0348 – 482350.
Of stuur Pieterjan een mail, pieterjan.hoekwater@vcmcm.nl.